Historie

Historie van de Hazekeutel

Het is allemaal begonnen in het najaar van 1963.
Een zekere kapelaan Jo Driessen kwam naar Venray toe.
Hij benaderde Jan v. Toor met het idee om een jeugdcarnavalsvereniging op te richten.
Het eerste wat Jan toen zei dat Venray daar nog niet rijp voor was.
Kapelaan Driessen vertelde toen, dat hij in Venlo al een jeugdcarnavalsvereniging had opgericht.
Jan v. Toor ging met dit idee naar Teng Stevens.
Teng was in die tijd voorzitter van de parochieraad jeugdwerk.
Het idee om een jeugdcarnavalsvereniging op te richten sprak Teng toen wel aan.
Hij zat in die tijd ook in het bestuur van “de Pielhaas” evenals Jan v. Toor.
Jan v. Toor zat toen in de commissie Jeugbals van “de Pielhaas”.
Daar er geld nodig was om een jeugdcarnavalsvereniging op te richten werd Juul Mertens benaderd, destijds penningmeester van dezelfde parochieraad jeugdwerk.
Deze was eveneens enthousiast met het idee.
Geert v. Elswyk was in die tijd begeleider van het jeugvoetbal.
Hem werd gevraagd om secretaris van de vereniging te worden. Hij zei meteen ja.
Zo kwam het eerste bestuur van de Hazekeutel tot stand.
De eerste vergadering werd belegd in de huiskamer van de fam. Stevens aan de Merseloseweg en was de oprichting van de jeugdcarnavalsvereniging “de Hazekeutel” een feit.
In dat carnavalsseizoen was de eerste prins Theo Stevens, de zoon van Teng en Jaenne Stevens.
Hij is nooit officieel uitgekomen als jeugdprins op een jeugdzitting, daar er te weinig tijd voor de carnaval was om dit nog te kunnen organiseren.
Maar bij aanvang van drie dolle dagen was hij opeens aanwezig
De jongens en meisjes voor de jeugdraad v. XI en de garde werden gezocht bij het patronaat en op de diverse scholen.
De huishoudster van kapelaan Driessen, Anny Jacobs, heeft toen alle kleding voor de gehele club gemaakt inclusief de mutsen.
De prinsenmuts had kapelaan Driessen zelf voor gezorgd.
Het werd voor de jeugd een fantastisch feest.
Na twee jaar werd Mia Cup benaderd om het secretariaat op zich te nemen.
Geert v. Elswyk kreeg als bestuurslid de verantwoording over de gehele club jongens en meisjes en ging met hen mee naar de diverse jeugdbals.
Het bestuur werd na deze startperiode verder uitgebreid en is door de jaren heen uitgegroeid tot een aantal van negen personen met een vrijwilligersgroep van ongeveer 100 man.
Nadat de eerste voorzitter Teng Stevens in 1975 stierf, werd het roer overgenomen door Anton v/d Weyden.
Henk Symons werd afgevaardigde namens “de Hazekeutel” in het bestuur van “de Pielhaas”.
Op dit moment is het zo geregeld, dat de voorzitter van “de Hazekeutel” eveneens in het bestuur van “de Pielhaas” zit.
Niettemin is “de Hazekeutel” nog steeds een zelfstandige vereniging met eigen statuten en financien.
De vereniging heeft in totaal 5 voorzitters gekend, waaronder dan Teng Stevens, Anton v/d Weyden, Paul Min, Heinz Vink, Jan Broeren en de huidige voorzitter Leon Jeuken.
De eerste jeugdzitting werd gehouden in zaal Wilhelmina.
Theo Stevens trad toen af als eerste jeugdprins. Zijn opvolger werd Rene v. Lieshout.
Een leuk voorval van die tijd is dat er een jeugdprins was uitgekozen door het bestuur.
Net voor het aantreden ervan besloot hij het niet te doen. Zijn broer die toen adjudant zou worden, zei toen; dan doe ik het wel.
Je kunt je dan wel voorstellen, dat het bestuur raar heeft opgekeken toen het trio voor de dag kwam.
De laatste tien jaren wordt de keuze van de jeugprins bepaald aan de hand van opgaves door de diverse schooldekanen van de middelbare scholen in Venray.
Deze schooldekaan weet aan de hand van een criteriumlijst waaraan de nieuwe jeugdprins moet voldoen.
Deze namen met diverse gegevens wordt door het bestuur bestudeerd en er wordt dan een keuze gemaakt.
Op deze manier kan het bestuur er zeker van zijn, dat men de beste kandidaat van dat jaar heeft.
De jeugdzittingen zijn, nadat zaal Wilhelmina is afgebrand, verhuisd naar Prinsenhof.
Het was toen altijd een druk moment voor het opbouwen van het toneel en decor.
Maantje Minten bracht dan met de wagen van houthandel Ras het hout en de jeugd moest onder begeleiding van enkele bestuursleden het decor opbouwen.
Er traden in die tijd bekende artiesten van radio en tv op waaronder Vader Abraham en Jan Boezeroen.
Na afloop werd dan alles meteen afgebroken en op de wagen geladen, zodat Maantje het weer naar houthandel Ras kon brengen.
In 1978 heeft men besloten de zittingen voortaan in de schouwburg te houden, daar Prinsenhof door de grote belangstelling te klein werd.
Tot heden ten dage wordt deze zitting daar nog steeds gehouden.
De eerste jeugbal werd gehouden in garage v. Haren.
Deze garage was net in aanbouw.
Daar het gebouw wel dicht was en de verwarming kon draaien, moest men toestemming vragen bij Bert v. Haren.
Deze zei, dat men eveneens de toenmalige aannemer Gebr. Janssen (nu Bouwmij Janssen) moest vragen om toestemming.
Het was namenlijk zo, dat het gebouw nog niet opgeleverd was dus de aannemer moest dan dit goedkeuren.
Cor Janssen, eveneens een echte Pielhaas gaf meteen toestemming en het feest kon beginnen.
Er was een probleem, namenlijk de vloer was nog niet voorzien van een afwerklaag, zodat het stof steeds hoog oplaaide, maar dat kon de pret niet drukken.
Er was reeds een hefbrug gemonteerd.
Hierop zat het muziek van v. Gerven. Deze speelde toen gratis voor “de Hazekeutel”.
De eerste entreeheffing was fl 0,25 ,-
De ouders konden vanaf een bovenverdieping toezien op de jeugd.
Op de eerste avond had men al meer als 1000 kinderen binnen.
Ook in zaal Sandimiano heeft men een jaar jeugbals georganiseerd voor de grotere jeugd.
Al deze jeugdbals werden georganiseerd onder verantwoording van “de Pielhaas” maar door mensen van “de Hazekeutel” verzorgd.
In het seizoen 1966/1967 zijn deze jeugdbals officieel overgedragen aan “de Hazekeutel”
Na ongeveer drie jaren is men verhuisd naar de toen in aanbouw staande opslagloods van Tudor.
Hier was het probleem van de stof zo groot dat men na de eerste avond besloten heeft houten platen op de vloer te leggen om dit te voorkomen.
1 jaar heeft men met de jeugd in de schouwburg gezeten.
s’avonds om 20.30 uur ging dan een zoemer en moest de jongere jeugd de zaal verlaten.
Je kunt wel denken, dat dit niet gebeurde.
Het jaar daarop heeft men besloten om een tent te plaatsen.
De eerste entreeheffing was fl 1,-. Dat was in die tijd veel geld, waarop men later het bedrag verlaagd heeft naar fl 0,75,-
Deze tent wordt nu nog steeds toegepast.
Dit jaar is het voor de eerste keer, dat een horeca-exploitant de jeugdtent zal runnen.
De condities waaronder dit gebeurt blijft zoals het altijd is geweest.
De kinderoptocht bestaat wat langer dan de jeugdverening.
Deze werd destijds onder verantwoording van “de Pielhaas” georganiseerd.
De jeugd moest zich toen verzamelen bij het Henseniusbeeld.
Zodra het monument van “de Pielhaas” onthuld werd op de grote Markt, trok de jeugd al zingend door de Grotestraat naar de Grote Markt.
Via de schoolstraat kwam men uit bij de winkel van Karel Wijnen.
Deze man was Vorst van “de Pielhaas” en runde in die tijd een groothandel van snoepartikelen en kruidenierswaren aan de Henseniusstraat.
De kinderen, welk deelnamen aan de optocht kregen daar dan snoep uitgereikt.
Vanaf het carnavalsseizoen 1968/1969 werd de kinderoptocht officieel overgedragen aan
“de Hazekeutel”.
Dit is door de jaren heen uitgegroeid tot een waardige kinderoptocht met ongeveer 500 deelnemers met alle pracht en praal.
De laatste jaren nemen ook steeds meer wagens deel aan dit gebeuren.
Ook de belangstelling van het publiek hiervoor is beter geworden.
De receptie van de jeugdprins verliep in die tijd anders als tegenwoordig
Con Pijls (eerste Prins van “de Pielhaas”) en zijn gevolg van de APK kwamen dan naar de receptie van de jeugdprins.
De jeugdprins werd dan officieel ingewijd met hazebloed.
Dit ging middels het gezamenlijk drinken van deze heerlijke wijn.
Tot en met APK- deken Geert Mulders is deze traditie in stand gebleven.
Hierna is het helaas verwaterd.
Het bouwen van de jeugdprinsenwagen is altijd een belangrijke activiteit geweest van “de Hazekeutel”.
De eerste wagens werden gebouwd bij boer Wismans aan de oude Maasheseweg.
Het eerste ontwerp was een grote bloem.
Toen de wagen gereed was, had men een oude fout gemaakt, namenlijk de wagen kon niet de schuur uit.
Men heeft hem toen gedeeltelijk moeten afbreken en buiten de schuur wederom opgebouwd.
Zaterdag voor carnaval werd de wagen gestald in de loods van houthandel Ras.
Maantje Minten was dan weer degene, die de wagen tijdens de optochten moest rijden.
Het waren soms voor hem “zware” ritten.
Men bouwde in die tijd twee wagens; een voor het prinselijk trio, de ander voor de Raad v. XI
Garde, Hofnar en Opperschenker.
Later heeft men toen besloten om maar een wagen te bouwen.
Na diverse bouwplekken is deze activiteit verhuisd naar de platenloods van de vezelpers en naar de oude melkfabriek aan de Leunseweg.
Toen dit pand verkocht werd, ontstond er voor de wagenbouwers van zowel “de Pielhaas” als “de Hazekeutel” een groot probleem.
Men heeft toen ongeveer drie jaar van hot naar haar verkast met de wagens.
Tussen de koeien in Ysselsteyn tot in de garage van de fam. Broeren heeft men gesjouwd.
Later hebben ze twee jaar gebouwd in de loods van Harry Maessen.
Inmiddels is er een eigen onderkomen in de Vastelaovenshal, waar men volop de gelegenheid heeft om de wagens al een een vroegtijdig stadium te kunnen bouwen.
Als residentie wordt op dit moment het clubgebouw van de Sprinkplank gebruikt.
In de beginjaren had men dit onderkomen in het gemeenschapshuis achter de schouwburg.
Toen de schouwburg gereed was, is men verhuisd naar de eerste verdieping van dit gebouw waar later de jeugdbibliotheek werd gevestigd.
Volgens ingewijden was dit de mooiste tijd voor wat betreft de jeugdresidentie.
Mevr v. Ossouw was toen altijd de tweede moeder voor de jeugd tijdens deze dagen.
Men is toen helaas moet verkassen van dit schitterend onderkomen naar o.a. de buhne van de schouwburg en later naar de zusters op het St. Jozefterrein.
In 1980 is men hiervan wederom verkast naar het oude patronaat achter het voormalige politieburo.
Toen in 1982 het nieuwe gebouw van de Springplank werd geopend, is men daar toen heen verhuisd, waar tot heden ten dage nog steeds dankbaar gebruik van wordt gemaakt.
Alles, wat hierboven vermeld staat is alleen mogelijk gemaakt door honderden van vrijwilligers, die dit jarenlang belangeloos hebben gedaan.
Het zijn mensen, die de vastelaovend een warm hart toedragen en deze mensen zijn zich ervan bewust ,dat men de jeugd het carnavalvieren op een juiste wijze heeft bijgebracht.
“De Hazekeutel” als vereniging beseft, dat hen in de toekomst geen gemakkelijke taak wacht.
Er is veel concurrentie zoals vakanties en multimedia.
Maar “de Hazekeutel” zal de vastelaovend als een cultuurfeest door blijven vieren met veel enthousiasme en de jeugd de duidelijk boodschap meegeven dat carnaval een feest is dat we met zijn allen vieren in goede verstandhouding en samenwerking.
Met de vastelaovend zijn er geen verschillen, zijn we een met elkaar.

O Hazekeutel van Rooy, wat ziedde gej toch mooi.

Hazekeutel, blief wakker.

Jan Broeren, senator.